KoM brancheorganisatie voor duurzaam werk

 

KoM-nieuwsbrief van 13 juni 2022

1e kwartaal 2022: ‘hoogste verzuim ooit’ – Er is vooral veel stof tot nadenken

Minder maatregelen tegen psychosociale arbeidsrisico’s – Pandemie-effect? Structureel verschijnsel?

Personeelstekort: opties voor de arbosector – Aanmoedigen van chronisch zieken

Regeling ‘zware beroepen’ mislukt? – Financiële redenen, niet gezondheid geven de doorslag

Subsidie voor versterken mentale vitaliteit werkenden

Werkende armen: moet ik daar als arboprofessional iets mee?

Vinkjes en kratjes – minister van Gennip over de arbeidsmarkt

MELD U AAN

ALGEMENE LEDENVERGADERING KoM /

 Discussie Stecr werkwijzer arbeidsconflicten

Woensdag 15 juni 2022, 15-17 uur, live en online

Ten opzichte van eerder: we hebben de aanvangstijd een uur later gesteld, om meer mensen gelegenheid te geven tot deelname.

KoM-leden kregen woensdag 8 juni namiddag een mail met agenda en stukken

De live locatie: Vineyard food & drinks, Atoomweg 63, 3542 AA Utrecht

17 uur: borrel voor de live deelnemers

Aanmelden: administratie@kwaliteitopmaat.com, geef aan of u online of live wilt deelnemen

Een op de vijf werknemers heeft wel eens te maken gehad met een arbeidsconflict. Jaarlijks ligt aan zeker 70.000 ziekmeldingen per jaar een conflict ten grondslag. Dat zijn cijfers uit de Stecr-werkwijzer Arbeidsconflicten. De zevende versie is gepubliceerd 12 april, deze behartigt zowel het beheersen als het voorkomen van arbeidsconflicten, alsmede het nut van een arbeidsconflictenprotocol. Pascal Willems heeft eraan meegeschreven en geeft aansluitend op de Algemene LedenVergadering een presentatie.  De werkwijzer is te bestellen

PE-punten worden hiervoor niet gegeven. We verwachten punten te kunnen geven voor een (online e/o live) behandeld onderwerp in september, mogelijk over het SER-advies Arbovisie 2040.

1e kwartaal 2022: ‘hoogste verzuim ooit’

Er is vooral veel stof tot nadenken

‘Ongekend’, die term werd twee jaar geleden volop gebruikt voor de coronacrisis. De term lijkt ook nu toepasselijk. Het CBS maakt over het eerste kwartaal van dit jaar gewag van het “hoogste ziekteverzuim ooit gemeten”: 6,3% (tegen 4,8% in 2021). Dit meldt het bureau op basis van haar kwartaalenquête ziekteverzuim onder bedrijven (waaronder ook arbodiensten). De zorg springt er opnieuw uit als sector met het hoogste verzuim: 8,9%. Het getal in de horeca (gewoonlijk laag verzuim) steeg van 3,9 naar 6,0%.

Corona-effecten?

Het CBS gebruikt hetzelfde nieuwsbericht voor publicatie over verzuimgegevens uit de jaargang 2021 van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) samen met TNO.

Ruim 8 procent van de werknemers noemde bij het meest recente verzuim klachten veroorzaakt door corona; in de zorg was dat 11%. Ook zei in 2021 ruim 12% dat de klachten mogelijk door COVID-19 werden veroorzaakt, maar dat dit niet is getest. In 2020 was dat nog 29%.

Is ‘corona’ een tenminste gedeeltelijke verklaring voor de verzuimstijging? Het nieuwsbericht laat in het midden hoe CBS en TNO dit zien. Er zou te beredeneren zijn dat klachten door Covid-19 niet altijd hoeven te leiden tot verzuim: er is immers thuiswerk mogelijk, voor ruwweg de helft van de werknemers. Op het oog lijkt er enige samenhang tussen hoogte van verzuim in sectoren en onwaarschijnlijkheid dat thuiswerk daar op enige schaal mogelijk is.

‘Verzuim is een keuze’ (?)

De NEA vraagt werknemers naar de oorzaak voor het laatste verzuimgeval. Opnieuw werd griep of verkoudheid het vaakst genoemd, in 2021 door 30% van de werknemers. In het verleden waren lichte klachten voor veel werknemers geen reden voor keuze voor afwezigheid; corona heeft dat zeker veranderd; maar thuiswerk zou deels verzuim hebben kunnen voorkomen.

Het nieuwsbericht heeft als slotzin: “Van alle werknemers [in 2021] gaf 24% aan nog nooit te hebben verzuimd.” Dat is een bijzondere uitkomst. Het aandeel niet-verzuimers lag de jaren vóór de coronacrisis steeds rond 50%.

Per saldo

• Bij dat laatste geldt: ‘Further research is needed’, zeker gezien de issue van mogelijke structurele verzuimstijging. Ook de relatie tussen verzuim en thuiswerk is een punt dat CBS en TNO zouden moeten uitdiepen.

• Het verzuim steeg al in de twee jaren voor de pandemie. Een belangrijke vraag is wat werkgevers sindsdien daartegen gedaan hebben. De recente publicatie-in-vogelvlucht over de TNO-Werkgevers Enquête Arbeid (WEA) bevat daar geen informatie over. Wel blijken er gegevens over inzet tegen psychosociale arbeidsbelasting. Die acties zijn niet om over naar huis te schrijven, wel om in de KoM-nieuwsbrief te beschrijven: zie het volgende artikel. Een opletpunt voor de arbosector, zeggen we maar weer eens.

Het nieuwsbericht van TNO over de WEA

Het nieuwsbericht van het CBS

Minder maatregelen tegen psychosociale arbeidsrisico’s

Pandemie-effect? Structureel verschijnsel?

Psychosociale arbeidsbelasting staat met stip op één bij de arbeidsrisico’s die werknemers in enquêtering melden. In de loop der jaren is het aantal werkgevers dat maatregelen daartegen neemt gestegen, blijkens enquêtering onder hen. Echter, er is sprake van een daling van het aantal maatregelen door werkgevers. Dit blijkt uit de recent gepubliceerde uitkomsten van de Werkgevers Enquête Arbeid (WEA), uitgevoerd door TNO eind 2021. Onderzoeker Hulsegge wijst op corona, werkgevers hadden mogelijk andere prioriteiten. “Daar komt bij dat er in veel sectoren een tekort was aan personeel, waardoor de werkgever zich minder flexibel kon opstellen naar de eigen werknemers.” Hij noemt dat zorgwekkend.

Anderzijds: in de eind 2021 gehouden Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden rapporteren werknemers ongeveer evenveel autonomie als twee jaar tevoren. TNO ziet geen duidelijke verklaring voor het verschil met de WEA. Mogelijk hadden werkgevers de indruk dat de crisis aan werknemers niet veel keuze gaf wat betreft hun uitvoering van het werk, terwijl groepen werknemers zelf meer autonomie ervaarden, bijvoorbeeld vanwege thuiswerken, aldus Hulsegge.

Per saldo: opletpunt voor de arbosector

Het is jammer dat TNO het laatste punt niet uitdiept. De NEA-gegevens maken het mogelijk na te gaan of locatiewerkers inderdaad minder dan thuiswerkers autonomie ervaren. De eerste beknopte rapportage over de NEA-2021 indiceert bij locatiewerkers een vermindering van autonomie ten opzichte van 2019: toen ervoer 59% autonomie, eind 2021 was het 53%. Bij thuiswerkers was er een zeer lichte toename tot 81%. De personeelstekorten blijven, op korte en lange termijn. In afwachting van nadere TNO-analyse ligt er hoe dan ook een opletpunt voor de arbosector in de psychosociale arbeidsbelasting.

Het nieuwsbericht van TNO over de WEA

De rapportage van TNO over NEA eind 2021

Personeelstekort: opties voor de arbosector

Aanmoedigen van chronisch zieken

Het personeelstekort is het gesprek van de dag. En het blijft voorlopig krap op de arbeidsmarkt. Dit blijkt uit enquêtes onder werkgevers voor de komende drie maanden, maar ook uit data-gedreven machine-learning-modellen van het Centraal Planbureau, zo meldt Egbert Jongen, programmaleider Arbeid bij het CPB.

In de vorige nieuwsbrief berichtten we hoe volgens Personeelswerver Pro Contact nog altijd een kwart van de werkgevers zoekt naar het spreekwoordelijke schaap met vijf poten. Ze nemen nog liever bedrijfsverlies dan dat ze een baan bieden aan gehandicapten, lang werklozen of 60-plussers. We melden nu als nieuwtje dat het CBS het onbenutte arbeidspotentieel op ruim een miljoen mensen schat.

De situatie onderstreept het belang van duurzame inzetbaarheid én van benutten van kansen voor groepen die nu nog vaak aan de kant staan.

Bij aangaan of behoud van werk door een arbeidsbeperkte heet het belangrijk hoe deze zelf z’n situatie ervaart en beoordeelt. Dat wordt ook gezegd over mensen met (dreiging van) 35% of minder verlies van hun verdiencapaciteit. Die staan voor de opgave niet de moed te verliezen en zo veel mogelijk aan het werk te blijven. Sommige werkgevers bieden zulke mensen counseling of coaching aan; casemanagers e.d. in tweede spoor re-integratie zien een “positieve houding” van de werknemer zelf als het meest positief beïnvloedend voor het traject.

Bijvoorbeeld self-efficacy

Maar welke rol spelen zulke cognities en percepties precies, hoe zijn ze te beïnvloeden?

Mariska de Wit van het Amsterdams Universitair Medisch Centrum onderzocht het wat betreft chronisch zieken. Ze promoveerde onlangs op “Cognitions and perceptions of workers with a chronic disease”. Haar review van literatuur leverde evidence op voor enkele belangrijke factoren voor arbeidsinschakeling van chronisch zieken, alsmede evidence voor werkzaamheid van bestaande interventies daarop. Voorbeelden zijn de verwachtingen van mensen over hun gezondheid en de self-efficacy, eigen-effectiviteit in het Nederlands. Zij heeft daarmee een training ontwikkeld, beproefd en geëvalueerd, voor de doelgroep bedrijfs- en verzekeringsartsen. Die leren in drie uur welke manieren van kennen, ervaren en oordelen door mensen samenhangen met werkparticipatie; hoe op spreekuren daarover informatie is te krijgen; hoe een goed gesprek erover is te voeren; en tenslotte welke hulpmiddelen zijn in te zetten voor een verbetering. De training wordt nu gegeven aan alle studenten van het Amsterdam UMC bij hun coassistentschappen sociale geneeskunde en aan verzekeringsartsen in opleiding bij de NSPOH; ook biedt UWV deze een paar keer per jaar aan verzekeringsartsen en sociaal medisch verpleegkundigen.

Bij- en nascholing

Mariska mailt: “We zijn aan het kijken naar de mogelijkheden om vanuit de NSPOH de training ook aan te kunnen bieden aan bedrijfs- en verzekeringsartsen als bij- en nascholing.” Wat betreft Kwaliteit op Maat is dat een welkom initiatief.

De CPB-column van Egbert Jongen

Onbenut arbeidspotentieel

Casemanagers e.d. in tweede spoor re-integratie

Het proefschrift van Mariska de Wit, “Cognitions and perceptions of workers with a chronic disease –  Development and evaluation of a training program for occupational health professionals”, oktober 2021

Meer over ontwikkeling van de training, zie open-acces artikel in BMC van 7 januari 2022

Regeling ‘zware beroepen’ mislukt?

Financiële redenen, niet gezondheid geven de doorslag

Minister Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, gaf aan de Tweede Kamer een tussenstand over uitvoering van de MDIEU, de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden. Sectorale sociale partners kunnen aanvragen doen voor subsidie. Haar ministerie kreeg onlangs 40 subsidieaanvragen voor in totaal € 140 miljoen. Zo’n twee derde daarvan wordt gevraagd ten behoeve van eerder uittreden.

Gezondheidsproblemen vormen niet de scheidslijn

De minister voegt bij haar brief een kwalitatief onderzoek, telefonische interviews met mensen die (mogelijk) deelnemen aan een van de (in aantal groeiende) cao-regelingen voor vroeger uittreden: 26 deelnemers, 28 niet-deelnemers. De overheidssteun is bedoeld om uittreden mogelijk te maken voor oudere werknemers die niet gezond kunnen doorwerken tot aan het pensioen, bijvoorbeeld door de zwaarte van het werk: ‘de zware beroepen’. De auteurs schrijven in hun samenvatting dat een belangrijk deel van de respondenten in meer of mindere mate te maken heeft met gezondheidsproblemen. “Maar gezondheidsproblemen vormen niet de scheidslijn tussen deelnemers en niet-deelnemers.” Voor de niet-deelnemers zijn financiële overwegingen cruciaal. Voor een belangrijk deel van hen betekent deelname een (te) grote financiële impact. “Dit is een groep die bijvoorbeeld minder pensioen heeft opgebouwd, alleenstaand, alleenverdiener of hoofdkostwinner is en/of een huurhuis heeft.”

Regeling mislukt?

Met dit aantal respondenten is geen gedegen uitspraak mogelijk over doeltreffendheid van de regeling. Maar de uitkomsten vragen wel aandacht. De minister laat zich daar niet over uit, ze schrijft in haar brief neutraal: de keuze van werknemers hangt af “van een samenspel van factoren”. Ze liet dit onderzoek doen in reactie op een aangenomen Kamermotie van PvdA en GL. Hopelijk volstaan deze niet met het lezen van de constateringen van de bewindspersoon.

Voor de arbosector roept de informatie vragen en zorgen op, zoals over doorwerken met een matige gezondheid. Het lijkt vooral verontrustend dat sociale partners kennelijk meer willen investeren in vroeg uittreden dan in duurzame inzetbaarheid.

Brief met bijlagen van de minister

Subsidie voor versterken mentale vitaliteit werkenden

Dank zij ons netwerk zijn we vroeg op de hoogte van een subsidiemogelijkheid. Deze is er voor het versterken van de mentale vitaliteit van werkenden op het niveau van hun teams, afdelingen of organisatie. Na de pandemie is daar behoefte aan.

Oogmerk is het inzetten en evalueren van veelbelovende innovatieve interventies. Aanvragende O&O-fondsen, brancheorganisaties en werkgevers- en werknemersorganisaties kunnen vouchers krijgen à maximaal € 50.000 om diensten van geaccrediteerde professionals in te huren. Bij die professionals is met name te denken aan psychologen. Inzet van arbeids- en organisatiedeskundigen en anderen in de arbodienstverlening is via een speciale procedure wellicht ook mogelijk. Indienen van aanvragen kan van 28 juni t/m 27 september 2022; het werkt volgens het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’.

Meer weten?

Werkende armen: moet ik daar als arboprofessional iets mee?

Arbeidshygieniste Tamara Onos zegt daar volmondig ja op. In een blog op haar site legt ze het uit: de impact voor diverse arboprofessionals.  Lees het op de KoM-site

 

Vinkjes en kratjes – minister van Gennip over de arbeidsmarkt

Minister Karien van Gennip ziet zich als “de kleindochter van een man die echt niet meer dan twee vinkjes had.” Op de Jaarbijeenkomst van de Goldschmeding Foundation hield ze een speech. Het gaat haar om gelijkwaardigheid (‘equity’) in kansen van mensen met veel en weinig vinkjes. Voor de nodige vernieuwing van de arbeidsmarkt heeft ze tijd nodig. De vraag rijst of ze de belofte van het kabinet waar gaat  maken om vóór de zomer duidelijkheid te geven over de arbeidsmarkt van de toekomst.

Lees meer op de KoM-site

LinkedInWebsite