SZW-Minister Aartsen trok de aandacht. Hij heeft volgens de pers plannen om 'kidfluencers' te verbieden: kinderen - jonger dan 16 jaar - die meewerken aan commerciële online content, zoals video's van familievloggers of influencers. Dit vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het verbod op kinderarbeid. Zijn brief d.d. 8 juni bevat echter nog veel meer nieuws voor de arbosector; net als de zitting van de kamercommissie voor SZW op 11 juni; dat was het eerste ‘grote arbo-optreden’ van de bewindspersoon.

‘Zo weinig mogelijk doden’
Het slotstukje in Aartsens brief valt als eerste op. De bewindspersoon schrijft: “Zo weinig mogelijk zieken en doden door werk, die ambitie uit de Arbovisie zet dit kabinet voort.”
KoM-kanttekening
Dat klinkt anders dan teksten als: “Het kabinet wil toe naar nul doden door werk in 2040 («zero death»)” en “In de Arbovisie spreekt het kabinet de volgende ambitieuze missie uit: «Elke dode en zieke door het werk is er één te veel. Daarom willen we dat er geen mensen meer overlijden door slechte arbeidsomstandigheden («zero death») en dat het aantal arbeidsongevallen en zieken door en op het werk significant daalt.” (Minister Karien van Gennip, 18 juni 2024, brief aan de Tweede Kamer, kamerstuk 25 883 nr. 496.)
Aartsens brief en zijn optreden in het commissiedebat betreffen nog ruim tien andere onderwerpen. De KoM-redactie selecteert de vijf met de meest directe impact voor de arbosector.

Kinderarbeid / 'kidfluencers': excessen tegengaan
Opmerkelijk is dat de bewindspersoon in zijn brief z’n plannen wat betreft ‘kidfluencers’ allereerst presenteert als verlichting c.q. afzien van regeldruk. Z’n ambtsvoorgangers hadden wet- en regelgeving toegezegd. Gedacht was om een ontheffing te laten aanvragen voor commerciële online-activiteiten door en met kinderen, naar het gebruikelijke voor artistieke activiteiten in theaters. Aartsen noemt dat nu complex, ook vanwege het vaak ontbreken van een werkgeversrelatie en vanwege de locatie, vaak de privéwoning. Hij onderzoekt nu of het ‘bedrijfsmatig’ maken van online content door en met kinderen onderdeel kan worden van het verbod op kinderarbeid. Aartsens ambitie is veel minder dan het in de pers leek. Hij schrijft: “Hiermee kunnen de excessen waarbij kinderen als verdienmodel worden ingezet door ouders en/of bedrijven worden tegengegaan.” Hij beoogt ook andere middelen, zoals voorlichting aan ouders en afspraken met adverteerders. De VVD-website beschreef zijn streven als: “..regels om kinderen te beschermen als ze worden ingezet om via samenwerking met bedrijven geld te verdienen”.
KoM-kanttekening
Aartsens plan voor een verbod op ‘bedrijfsmatig’ maken van online content door en met kinderen: het maakt nieuwsgierig naar een sluitende definitie. Hetzelfde geldt voor ‘excessen’. Te verwachten is dat de Arbeidsinspectie te zijner tijd kritisch zal zijn bij een uitvoeringstoets op een voorgenomen regel.

Opleiding preventiemedewerker: geen verplichting
Zolang er preventiemedewerkers zijn, is er discussie over hun opleiding. De Arbowet stelt dat de nodige toerusting is af te leiden uit de RI&E. Het was voor de wetgever een bewuste keus om geen concrete norm te stellen: invulling zou kunnen plaatsvinden door onder meer sectorale sociale partners. De praktijk was reden voor aandringen van velen – ook vanuit de Kamer – op een onderzoek door het ministerie. SZW onderzocht daarom onlangs een mogelijk wettelijke plicht: dat de preventiemedewerker een relevante opleiding heeft op tenminste MBO-niveau, à la de middelbaar veiligheidskundige. Minister Aartsen concludeert in zijn brief: “Alles afwegend is de conclusie dat het opleidingsaanbod momenteel te eenzijdig is en de opleidingscapaciteit te beperkt. Tegen deze achtergrond vindt het kabinet dat de risico’s bij een dergelijk initiatief groot zijn en dat het niet waarschijnlijk is dat dit traject binnen enkele jaren kan worden afgerond. Dit initiatief wordt om die reden niet voortgezet.”
KoM-kanttekening
Het is een vreemd argument dat de minister afziet van actie omdat een traject lang kan duren; arbozorg is een kwestie van lange adem. Over dit alles valt heel veel meer te zeggen. We volstaan met het volgende: laat het ministerie de onderzoeksgegevens openbaren, dan kunnen de arbosector en werkgevers- en werknemersorganisaties er hun voordeel mee doen.

‘Toetsing terugbrengen naar één arbokerndeskundige’
In november 2024 gebeurde het volstrekt onverwacht: de Tweede Kamer nam drie moties aan over de RI&E. De Kamermeerderheid wilde (1) een eenvoudiger werkwijze voor kleine werkgevers bij werk met gevaarlijke stoffen; (2) vereenvoudiging rond de RI&E, zoals uitzonderen van organisaties tot 25 werknemers van de plicht tot een schriftelijke RI&E; en (3) verkenning van afschaffen van de verplichte RI&E-toets, met als eerste stap toetsing door maximaal één kerndeskundige. Vakbonden noemden dit een “bom onder het arbeidsomstandighedenbeleid”. Bewindspersonen moesten er wat mee, er kwam een jaar later een werkgroep met sociale partners, dat resulteerde in mei jl.. in onder meer herstart van de erkenning door bonden en werkgevers van branche-RI&E-instrumenten. Minister Aartsen meldt nu dat de beroepsverenigingen van arbeidshygiënisten, arbeids- en organisatiekundigen en veiligheidskundigen het bijna eens zijn over de basiskennis die nodig zou zijn voor toetsing van de RI&E door één kerndeskundige. Maar, schrijft de bewindspersoon: “Wanneer op een werkplek uiteenlopende risico’s voorkomen, … zal een werkgever meerdere arbokerndeskundigen nodig hebben om alle risico’s goed te kunnen beoordelen”.
KoM-kanttekening
Het is nog afwachten hoe dit voor werkgevers in de praktijk uitpakt. Overigens is in deze berichtgeving onduidelijk of en hoe bedrijfsartsen een RI&E zouden kunnen toetsen.

‘RI&E toetsvrij voor werkgevers tot 50 werknemers’
Al bijna twee decennia geldt dat een werkgever met maximaal 25 werknemers voor zijn RI&E gebruik kan maken van een (erkend) branche-RI&E-instrument (mits werkgevers- en werknemersorganisaties daarover overeenstemming hebben, wat in zeg de helft van de sectoren het geval is); dan hoeft hij z’n RI&E niet te laten toetsen. Aartsen meldt nu in zijn brief: “Ik ben voornemens om .. het opstellen van branche-RI&E’s en arbocatalogi te subsidiëren.” Het is niet duidelijk hoe dat zich verhoudt tot de al jaren geldende praktijk dat TNO uitvoerende actie hiervoor doet, gefinancierd door het ministerie. Verder schrijft de bewindspersoon dat werkgevers- en werknemersorganisaties verder zullen praten over verhoging van genoemde grens tot 50 werknemers; ze zullen in het najaar dat gesprek starten. In het debat werd de minister gedwongen tot een toezegging al begin 2027 aan de Kamer hierover te rapporteren met het oog op vermindering van regeldruk. Overigens sprak Aartsen meer in het algemeen over de gedachte om (arbo)regelgeving meer te differentiëren naar bedrijfsgrootte.
KoM-kanttekening
Beschikbaarheid van RI&E’s was jarenlang matig bij het midden- en vooral het kleinbedrijf. De Arbeidsinspectie meldde een jaar geleden vooruitgang. Uit de cijfers is af te leiden dat die verbetering er vooral was bij middelgrote bedrijven. Verhogen van de grens voor toetsvrijdom zou dat deels te niet doen. Teniet. Bij differentiëren van regels naar bedrijfsgrootte komt altijd de vraag op naar rechtvaardiging van zo’n onderscheid in bescherming van werknemers. Verder heet zulk differentiëren onmogelijk bij risico’s als die van gevaarlijke stoffen, terwijl juist die in de ogen van werkgevers complex en belastend zijn; wat is dan de winst?

Geen verplichte gedragscode ongewenst gedrag
#MeToo, The Voice, andere misstanden: Nederland kreeg een regeringscommissaris en een Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. In februari 2025 bracht het toenmalige kabinet een conceptwetsvoorstel uit: de Arbowet zou werkgevers boven een bepaald aantal werknemers verplichten tot een gedragscode ongewenst gedrag. Vanwege regeldruk voor werkgevers ziet Aartsen daar nu van af. Hij schrijft: “Er zijn wel aanwijzingen dat gedragscodes kunnen bijdragen aan het terugdringen van ongewenst gedrag. Daarmee hoeft een dergelijke code echter niet direct wettelijk te worden verplicht.”
KoM-kanttekening
Het staat buiten kijf dat ongewenste omgangsvormen een wezenlijke factor zijn bij psychosociale arbeidsbelasting en ziekteverzuim daardoor. In talloze levenssferen in ons land is ten minste de intentie uitgesproken mensen te vrijwaren van ongewenst gedrag: denk aan het sport- en overige verenigingsleven, kerken en wijkcentra; het wordt vreemd dat de wereld van arbeid waar een werknemer niet vrijwillig deelneemt, zich niet daartoe zou hoeven verbinden.
Meer lezen?
Op LinkedIn geeft contentmaker Roel van Dooren enig overzicht van onderwerpen en gaat hij in op Aartsens ‘redenering’ wat betreft opleiding voor preventiemedewerkers.
De Nederlandse Vereniging van Veiligheidskundigen geeft een beknopt overzicht van de commissievergadering.
Bronnen
De commissievergadering van de Tweede Kamer 11 juni 2026.
De Kamerbrief Voortgang gezond en veilig werken 8 juni 2026.
Kwaliteit op Maat is een nieuwerwetse branche- en netwerkorganisatie in de arbobranche. Altijd actueel, kennis van zaken en zakelijk verbonden. WelKoM!
Vereniging Kwaliteit op Maat
p/a Palestinaweg 3
3826 NB Amersfoort
T 085 - 06 06 475
E ofni.[antispam].@kwaliteitopmaat.com
Bel ons op 085 – 06 06 475 of
mail ons uw naam en
telefoonnnummer, dan bellen
we u zo snel mogelijk terug.
Kwaliteit op Maat is een nieuwerwetse branche- en netwerkorganisatie in de arbobranche. Altijd actueel, kennis van zaken en zakelijk verbonden. WelKoM!
Vereniging Kwaliteit op Maat
p/a Palestinaweg 3
3826 NB Amersfoort
T 085 - 06 06 475
E ofni.[antispam].@kwaliteitopmaat.com
Bel ons op 085 – 06 06 475 of
mail ons uw naam en
telefoonnnummer, dan bellen
we u zo snel mogelijk terug.
© 2020 Kwaliteit op Maat. Brancheorganisatie voor duurzaam werk || Web design & development hollandse meesters