Geplaatst op 05-05-2026
- Categorie: Algemeen
‘Oude risico’s blijven, nieuwe risico’s komen op’
Hoe gaat het in Nederland met werkenden en hun gezondheid? Al bijna drie decennia is dat te volgen. TNO en CBS wijzen met trots op hun werk voor de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden.
Medio jaren ’90 was ‘Europa’ begonnen met een werknemersenquête met zo’n 1000 respondenten-werknemers per lidstaat, representatief voor elk land en de EU. Het ministerie van SZW startte een grotere enquête, representatief voor bedrijfstakken in Nederland. Dat gaf voor het eerst systematische informatie over ‘de stand van arbeidsomstandigheden’, in 1997.

Zo’n 30 jaar geleden oordeelde de Algemene RekenKamer vernietigend over de Arbeidsinspectie. De dienst zou werken zonder onderbouwde prioriteitstelling, ze kon geen zicht geven op de omvang van arboproblemen of effecten van haar inzet. In een stevige verbeterslag ontwikkelde het ministerie van SZW per 1997 drie instrumenten.
- Representatief brede waarneming door inspecteurs in bijna 2000 bedrijven en instellingen over de stand van arbeidsomstandigheden; nu bekend als de Arbeidsinspectie-monitor “Arbo in Bedrijf”, gewoonlijk tweejaarlijks.
- Schriftelijke en latere online bevraging van ruim 5000 werkgevers, nu vier- à vijfjaarlijks.
- Idem jaarlijks bevraging van werknemers, aanvankelijk door vragen in een reguliere CBS-enquête. Sinds 2005 is er een afzonderlijke enquête, de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden, NEA, van TNO en CBS, met nu zo’n 60.000 deelnemers. Die geeft een representatief beeld van ook arbeidsongevallen.
De eerste publicatie verscheen in 1997. De constatering was dat ‘oude’ risico’s als zware fysieke belasting bleven bestaan, terwijl nieuwe opkwamen: vooral werkdruk.
Later is er op verzoek van sociale partners uitgebreid: om de paar jaar een Zelfstandigen Enquête Arbeid, ZEA.
De resultaten van deze en andere onderzoeken worden om de paar jaar gebundeld in de Arbobalans.
Inmiddels heeft ‘Europa’ een enquête onder werkgevers in lidstaten. Ook hebben diverse grote lidstaten ook eigen enquêtes onder werknemers; een aantal kleine lidstaten betaalt aan de Europese werknemersenquête voor een groter aantal deelnemers in hun land, met weinig invloed op de vraagstelling.

Werk in Nederland verandert vooral geleidelijk
Na twintig jaar enquêtering constateren TNO en CBS dat veranderingen vooral geleidelijk gaan. “Fysiek zwaar werk neemt af, terwijl langdurig beeldschermwerk sterk is toegenomen. Dat past bij de verschuiving naar een diensten- en kenniseconomie.”
Geleidelijke toename is ook het kernwoord bij het aandeel werknemers dat psychische vermoeidheid door werk ervaart. Er is zeker geen plotselinge omslag. Hetzelfde geldt voor langer doorwerken: geleidelijk aan bleek een groter aandeel werkenden te willen en kunnen doorwerken tot (en na) de pensioenleeftijd.
Vrijwel alleen in de coronaperiode waren er plotse grote veranderingen, denk aan de opkomst van thuiswerk. Maar de NEA kon duidelijk maken dat het vaak ging om werknemers die al vóór corona regelmatig thuis werkten.
Op andere punten blijft werk volgens TNO en CBS “.. opvallend stabiel. De aansluiting tussen kennis en vaardigheden en het werk verandert weinig. Ook de balans tussen werk en privé blijft gemiddeld genomen constant.”

‘Brug tussen onderzoek en praktijk’
Zo labelen TNO en CBS hun werk voor de NEA. De cijfers over sectoren, beroepen en groepen maken mogelijke prioriteiten inzichtelijk en onderbouwen maatregelen. Zo was de toename van burn-outklachten onder jonge werknemers voor het ministerie aanleiding voor nader onderzoek van TNO. Het zicht op achterliggende oorzaken gaf “.. de basis voor een gerichte campagne en een breed maatschappelijk gesprek over mentale gezondheid bij jong werkenden.”
Factsheet: twintig jaar trends in arbeid
TNO en CBS hebben vanwege dit twintigjarig bestaan een factsheet uitgebracht. Daarmee belichten ze twintig onderwerpen over en uit de NEA. Enkele indrukken zijn de volgende.
- Er lijken zich minder arbeidsongevallen voor te doen, maar het aandeel arbeidsongevallen met minimaal vier dagen verzuim blijft stabiel.
- Werk interfereert iets minder vaak met privé.
- In de loop der jaren waren er minder werknemers die een conflict met collega, leidinggevende en/of werkgever hebben ervaren; van vier op de tien werknemers naar minder dan drie op de tien.
- In 2005 was zeven van de tien werknemers (zeer) tevreden over de arbeidsomstandigheden. Er was een min of meer geleidelijke stijging tot bijna acht op de tien in 2024.
De illustraties hier onderstrepen ‘grote’ veranderingen.
KoMclusie: verbetering vraagt volharding
‘Oude risico’s blijven’, gezegd in 1997, was te pessimistisch. Veranderingen blijken mogelijk, maar gaan heel geleidelijk. Dat en andere uitkomsten onderstrepen wat de arbosector maar al te goed weet: verbetering is een zaak van lange adem.
Het nieuwsbericht van TNO en CBS, “20 jaar NEA: dé meetlat voor veranderingen in werk”.
De factsheet “20 jaar trends in arbeid”.