Feiten & cijfers over beroepsziekten, Nederland en elders

Deze pagina bevat de volgende artikelen.

Deze pagina is laatst geactualiseerd op 25 februari 2021

 

Beroepsziekten: hoeveel doen er zich voor in Nederland?

Geraamde jaarlijkse incidentie 0,1 à 9%

Schattingen: 25.000

“Naar inschatting krijgen in Nederland elk jaar zo’n 25.000 werknemers een beroepsziekte.” Aldus de SZW-begroting 2017. Dit is gebaseerd op NCvB-onderzoek naar onderrapportage: extrapolatie vanuit meldingen wees uit dat een schatting van 25.000 gevallen per jaar verantwoord is.

Het ministerie noemde eerder vaak een jaarincidentie van 20.000; dit zou gebaseerd zijn op omrekening vanuit buitenlandse cijfers (toekenningen compensatie) met correctie voor economische structuur. Daarbij past onder meer de kanttekening dat men buiten Nederland een psychische aandoening zelden als te compenseren ziet.

 

De wettelijk verplichte meldingen door bedrijfsartsen: 3.691 

Eind 1999 werden bedrijfsartsen c.q. arbodiensten verplicht beroepsziekten te melden, in casu bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Dat NCvB noemt op haar website 6063 geregistreerde meldingen in 2000, d.i. melding conform de registratierichtlijnen. De geschiedenis daarna toont soms stijgen en vaak dalen van cijfers. Er zijn diverse acties ingezet voor verhoging van meldingsbereidheid, zoals door verheldering en vereenvoudiging van procedures. Meldingen zijn ‘anoniem’ gemaakt ter wille van de wetenschappelijke kwaliteit; bedrijfsartsen kunnen een melding doen buiten werkgever en werknemer om, voor vermijden van mogelijke haken en ogen zoals vanuit aansprakelijkheid.

Een opleving in meldingen was er in 2014, na een aanmanende brief van de Inspectie SZW aan alle bedrijfsartsen.

Het Centrum had al eerder een afspraak gemaakt met Arbouw, het toenmalige arbo-instituut van de bouwsector, over aanlevering van meldingen vanuit de PAGO’s daar. Het totaal meldingen steeg daardoor, de landelijke representativiteit uiteraard niet. Het aantal meldingen daalde als gevolg van de omvorming van Arbouw naar Volandis in 2016 en beëindigen van genoemde afspraak.

Per saldo lijken campagnes voor verhoging van het aantal meldingen alleen tijdelijk en bescheiden effect te hebben.

Zelfrapportage: 310.000  

In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) beantwoorden (in 2016 ruim 46.000, in 2018 56.000) werknemers vragen. Diverse vraagstellingen geven diverse geschatte landelijke incidenties voor de betreffende jaren.

Het laatste getal in deze tabel laat zich omrekenen naar 310.000 gevallen.

De Labour Force Survey van de Europese Unie vroeg in 2013 naar ‘werkgebonden klachten’. Finland en Zweden scoren het hoogst met 27 resp. 23% van de werknemers met in dat jaar opgekomen gezondheidsklachten door werk. Het Europees gemiddelde is 8%, lager dan het Nederlandse 9% (getal 2007, de enquête werd in 2013 hier niet afgenomen). Aldus “Internationale vergelijking incidentie in beroepsziekten” op de RIVM-site 27-12-20 op basis van Eurostat. Opgemerkt zij dat, in weerwil van de labeling door het RIVM, niet is uit te sluiten dat respondenten in deze enquête bij de vraag naar ‘werkgebonden klachten’ gedacht hebben aan gezondheidsschade door arbeidsongevallen.

 

Steekproef bedrijfsartsen, PIM: 10.000    

Na een succesvolle pilot heeft het NCvB sinds 2009 het Peilstation Intensief Melden. In dit PIM participeren bedrijfsartsen (161 in 2016, 101 in 2019), ‘dedicated’ en speciaal getraind op onderkennen en diagnosticeren van beroepsziekten. De door hen verzorgde werknemerspopulatie is bekend, hun cijfers over beroepsziekten zijn op te hogen naar nationale getallen. Enkele landelijke incidentieramingen:

2010: 0,26% )

2015: 0,19% ) van de totale

2019: 0,12% ) werknemerspopulatie

Naar absolute getallen gerekend: in 2019 zouden er zich rond 8.900 nieuwe gevallen van beroepsziekte hebben voorgedaan. De daling in de loop der jaren heet vnl. verklaarbaar door de organisatiewisseling in de bouw. In het verleden had het NCvB tevens een tijdelijk peilstation met bedrijfsartsen werkend met scheepvaartpersoneel, en peilstations voor longaandoeningen en arbeidsdermatosen met ook meldingen door behandelend artsen.

 

Zorgregistraties: ruim 400.000   

Het RIVM verzamelt voor ongeveer zestig veel voorkomende ziekten gegevens over het vóórkomen. Dit op basis van registraties in de zorg, zoals over kanker en van huisartsen. Voor een selectie van aandoeningen die veel voorkomen in de werkzame bevolking, is de incidentie beroepsziekten geschat, voor het eerst voor het jaar 2013: bijna 430.000 gevallen. Opgemerkt zij dat een persoon meer dan een ziekte nieuw kan oplopen.

In december 2020 meldt het RIVM op haar website 447.900 nieuwe gevallen van een beroepsziekte in 2018, geschat met volksgezondheid- en zorgregistraties. Het aantal nieuwe gevallen in de werkzame beroepsbevolking schat het instituut op 407.300, 4,8% van de werkzame beroepsbevolking.

 

Vergelijking van de bronnen: onverklaarde verschillen  

In de Arbobalans 2016 melden TNO, RIVM en NCvB voor het eerst de RIVM-cijfers uit zorgregistraties. Ze schrijven over het verschil met andere bronnen: “We hebben nog geen duidelijke verklaring”.

In de Arbobalans 2018, verschenen in februari 2019, noemen auteurs van de drie instellingen opnieuw flink verschillende cijfers uit de diverse bronnen, en lichten ze die toe. Ze doen géén uitspraak over wat de meer of meest geloofwaardige bron wat betreft beroepsziekten zou zijn.

De Arbobalans 2020 verscheen in februari 2021. Opnieuw wordt gewag gemaakt van verschillende bronnen en cijfers. “Nader onderzoek is nodig om de verschillen tussen de bronnen nader te kunnen duiden.” De presentatie aan de pers bouwt daarentegen volledig op de door werknemers gemelde beroepsziekten. Persbericht https://www.monitorarbeid.tno.nl/nl-nl/news/arbobalans-2020-kosten-verzuim-door-beroepsziekten-in-vier-jaar-tijd-verdubbeld-naar-25-miljard-euro/

 

Conclusies, voor zover mogelijk  

Het met de wettelijke meldplicht per 1999 beoogde “representatief inzicht” is na 20 jaar verre van gerealiseerd.

De jaarincidentie varieert tussen de bronnen. Het laagste is een incidentie van 0,12% op basis van een geloofwaardig lijkend peilstation met bedrijfsartsen. Het hoogste komt uit een werknemersbevraging door Eurostat: 11%.  Voor zover er uitspraken over ontwikkeling in de tijd mogelijk zijn, lijkt informatie van bedrijfsartsen te wijzen op een daling en bevraging van werknemers op een stijging.

 

Beroepsziekten: cijfers buitenland

In de tekst over beroepsziekten in Nederland hierboven noemden we de Labour Force Survey van Eurostat het CBS van de Europese Unie. Dat vroeg naar ‘werkgebonden klachten’. In aanvulling daarop noemen we meer scores.

Hoogste twee: in Finland meldt 27,3% van de werknemers in 2013 opgekomen gezondheidsklachten door werk, in Zweden 22,8%.

  • Nederland scoort 9,2%.
  • Het Europees gemiddelde is 7,7%.
  • Laagste twee: Ierland 2,0 en Roemenië 1,2%.

Critici suggereren met zulke gegevens dat een stelsel met compensatie voor beroepsziekten vermoedens over beroepsziekten in de hand werkt.

Een sterk hiermee verschillend beeld geeft de Europese arbo-enquête, zie de afbeelding hieronder. Deze European Working Conditions Survey laat sterk andere uitkomsten zien, over 2015 (meest recent beschikbaar). Ierland en vooral Roemenië zijn bepaald geen gunstige koploper meer. Verschillen in vraagstelling in het geval van enquêtering, verschillen tussen landen qua stelsel van erkenning en compensatie en vele andere factoren beïnvloeden uitkomsten.

Algemene opvatting onder experts is dat internationale vergelijking enigszins doenlijk en zinvol kan zijn bij vergelijking van bedrijfstakken in verschillende landen, met informatie over c.q. correctie voor met name de factor grootte van arbeidsorganisaties. Daarvoor ontbreken data.

Eurostat bevestigt de problematiek, en kondigt een experiment aan voor betere data. Het doel is om “ .. nationale gegevens in een unieke database te verzamelen en trends te bieden over de meest erkende beroepsziekten in de Europese Unie.” Vooralsnog experimenteel, omdat “.. de gegevens over erkende gevallen van beroepsziekten niet alleen het voorkomen van dergelijke ziekten weerspiegelen, maar ook de manier waarop het concept van beroepsziekte is geïntegreerd in de nationale socialezekerheidsstelsels.”

Gezien 19 februari ’21  

https://ec.europa.eu/eurostat/web/experimental-statistics/european-occupational-diseases-statistics

 

Arbeidsgerelateerde ziektelast 4,6% van totaal   

4100 doden door arbeidsomstandigheden ?

Nederland gebruikt het internationale begrip verloren levensjaren, DALY’s. Deze Disability Adjusted Life Years zijn een samengestelde maat voor verlies aan gezondheid:

  • het aantal verloren jaren door vroegtijdige sterfte,
  • plus het aantal jaren geleefd met ziekte met correcties voor de ernst van de ziekte door een wegingsfactor.

Bijvoorbeeld: gehoorstoornissen hebben een wegingsfactor van 0,1. Dus 10 jaar leven met een gehoorstoornis wordt equivalent beschouwd met 1 jaar verloren door vroegtijdige sterfte. Wie met een levensverwachting van 80 op z’n 20e gehoorschade oploopt, telt in de DALY’s mee voor zes. Net als iemand die door een hartaanval komt te overlijden zes jaar eerder dan zijn levensverwachting.

De maatschappelijke gevolgen van verschillende ziekten zijn onderling vergelijkbaar met DALY’s. Bij de eerste publicatie ervan in Nederland in de jaren ‘90 bleek: veel ziektelast komt voort uit verkoudheid en griep, terwijl geld voor behandeling en onderzoek toen vooral ging  naar kwesties als aids met verhoudingsgewijs weinig ziektelast. Voorzover de introductie van DALY’s beoogden te helpen voor een meer op cijfers gebaseerd gezondheidsbeleid, onderstreepten de cijfers vooral de dilemma’s.

 

Ziektelast door arbeid: 0,1% verminderd (?)  

De arbeidsgerelateerde ziektelast schatte het RIVM voor 2011 op 4,7% van de totale ziektelast in Nederland (met onzekerheidsmarge 1,8% – 8,4%; dit in september 2017). Een actueler cijfer vinden we 7 januari 2021 op de RIVM-site: “Voor 2015 heeft het RIVM de ziektelast door arbeid geschat op 4,6% van de totale ziektelast in Nederland.”

– Over deze 4,6% vervolgt het RIVM: “De ziektelast van de werkzame beroepsbevolking betreft bijna 63% van de totale werkgerelateerde ziektelast.” [Deze formulering laat open of arbeidsgerelateerde ziektelast bij mensen met ouderdomspensioen meetelt in de schatting. Wel omvat dit ziektelast van onder meer werklozen en niet-werkende arbeidsongeschikten. Er valt aan te nemen dat het RIVM hier een minder zorgvuldige formulering heeft gebruikt.]

– Bijna twee derde van deze 4,6% vindt z’n oorzaak in omgevingsfactoren in het werk zoals blootstelling aan stoffen; fysieke en psychische factoren staan voor een zesde respectievelijk een vijfde.

Het tekstje besluit: “Ondanks de ziektelast door ongunstige arbeidsomstandigheden is werken over het algemeen goed voor de gezondheid.”

 

Roken ruim 9% van de ziektelast   

De 4,6% komt ruwweg overeen met de ziektelast toegeschreven aan milieufactoren, of lichamelijke inactiviteit en ongezonde voeding. Het RIVM noemt (7-1-21) op haar site roken met 9,4% van de totale ziektelast in Nederland veruit de belangrijkste risicofactor. In september 2017 schatte het RIVM overigens het aandeel roken op 13% van de ziektelast.

 

Onzekerheden   

Bovenstaande schattingen steunen mede op de Populatie Attributieve Fractie, een combinatie van de grootte van het risico en het aantal mensen dat dit risico loopt. De PAF duidt welk percentage van bijvoorbeeld een beroepsziekte is toe te schrijven aan een risicofactor, en dus welk percentage van die ziekte potentieel is te verminderen door het aanpakken van de risicofactor. Bij sommige ziekten en risico’s is een PAF te berekenen, vaak zijn alleen schattingen mogelijk met allerlei aannames.

Het allereerste RIVM-rapport uit 2012 over deze materie bevat in één pagina de kerncijfers, waarna ruim vier pagina’s ingaan op de beperkingen, onzekerheden en veronderstellingen, nuances en grote marges.

 

4100 doden door arbeidsomstandigheden?  

Ministers en staatssecretarissen van SZW argumenteren er de laatste jaren vaak mee: jaarlijks zijn er 4100 sterfgevallen door slechte arbeidsomstandigheden, het grootste deel door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Waar is dat op gebaseerd?

De Arbobalans 2014 noemde voor het eerst een dergelijk getal, onder verwijzing naar het RIVM: 3700 doden door beroepsziekten. De Arbobalans 2016 noemde een ander getal, ook weer gebaseerd op het RIVM. Dat meldde in september 2017 op de VWS-site Volksgezondheidenzorg.info: ‘jaarlijks 4.100 sterfgevallen door werk’. Op 7-1-2021 bevat dit dezelfde kop, met cijfers over 2018. Dit met gebruik van een reeks bronnen, in het bijzonder de CBS-doodsoorzakenstatistiek. Schatting was dat jaarlijks door factoren op het werk overlijden in Nederland: 850 (was 900) mensen in de werkzame beroepsbevolking en 3.200 in de gepensioneerde beroepsbevolking. De ‘top-drie’ sterfte door werk omvat vrijwel alle gevallen: kanker (2.600, waarin 489 (in 2019) aan mesothelioom), hart- en vaatziekten (730) en ziekten van de ademhalingswegen (700). Blootstelling aan gevaarlijke stoffen in het werkzame leven is verantwoordelijk te stellen voor vier vijfde van de sterfgevallen door werk, waarvan vier vijfde ná de pensioenleeftijd. De twee ‘grote’ arborisico’s, fysieke resp. psychische belasting leiden nauwelijks tot sterfte!

 

Andere schattingen  

Dezelfde site meldt het bestaan van hogere schattingen. Volgens de Global Burden of Disease (GBD) werd de werkgebonden sterfte in 2017 in Nederland geschat op bijna 5.800. Ook andere studies geven hogere aantallen.

In september 2017 noemde deze site nog een lagere schatting: de Wereld GezondheidsOrganisatie bezag werkgebonden sterfte in diverse regio’s in de wereld in 2004. De schatting voor hoge inkomenslanden binnen Europa zou voor Nederland om te rekenen zijn naar een kleine 1.500 sterfgevallen per jaar door werk.

 

Informatie is in ontwikkeling   

Er past kritiek. Een voorbeeld: de pagina’s op genoemde website gebruiken sterfte door werk en door beroepsziekten door elkaar. Het is niet duidelijk of sterfte door arbeidsongevallen, jaarlijks zeker 60 fatale situaties, opgeteld mogen worden bij genoemde 4100.

Er past waardering. Er zijn talloze moeilijkheden te overwinnen om tot cijfers te komen. De achterliggende bronnen zoals ziekteregistraties dekken nog lang niet alle ziekten, de registraties zijn nog verre van perfect, nog volop in ontwikkeling. Dat verklaart waarschijnlijk de (soms grote) verandering in cijfers. De vermindering van arbeidsgerelateerde ziektelast van 4,7% van het totaal in 2011 naar 4,6% in 2015 mag de arbosector niet op haar conto schrijven!

Het is hoe dan ook belangrijk te komen tot DALY’s, een internationaal gebruikte en onomstreden maatstaf in volksgezondheid. Daarmee ontstaan belangrijke indicaties.

 

Bruikbaarheid voor arbobeleid?   

De bruikbaarheid van gegevens voor het arbo- en verzuimbeleid behoeft discussie.

De DALY’s geven een nuttige indicatie van het aandeel ‘arbeid’ in de ziektelast. Het is een grote vraag of DALY’s kunnen helpen bij precisering of prioritering binnen het arbodomein. Ook is er geen inzicht of de definities van ‘beroepsgebonden’ aansluiten bij gebruikelijke vakbegrippen als ‘beroepsziekten’.

Informatie over oorzaken van sterfte is onmisbaar voor de volksgezondheid. Daar realiseren allen zich dat dat verbetering bereiken een kwestie van zéér lange adem is. Voor gebruik op arboterrein lijkt het allereerst belangrijk uiterst zorgvuldig met beschikbare cijfers om te gaan. De uitspraak  ‘4100 doden door werk’ wordt vooral wervend gebruikt, om het belang van aandacht voor arbeidsomstandigheden te benadrukken.

 

15% meer beroepsziekten in 2025?  

Wetenschappelijk onomstreden is dat met vergrijzing zich meer ziekte voordoet en dus meer blijk van arbeidsgerelateerde aspecten. Verder staat buiten kijf dat beroepsziekten vooral gevolg zijn van járen blootstelling aan een of meer arborisico’s. De nu bij mensen gecumuleerde arbeidsbelasting laat zich niet terugdraaien, ze zal zich hoe dan ook met verdere vergrijzing laten gelden in méér arbeidsgerelateerde ziektelast. De Arbobalans 2016 bevatte een dergelijke verkenning van de werkgerelateerde ziektelast in 2025. Dit door gebruik van de demografische prognoses, en bezien voor diverse categorieën ziekten.

De Inspectie SZW gebruikte dat in april 2018 in haar rapport “Staat van de Arbeidsveiligheid”. Ze voegde – ‘kort door de bocht’ – diverse gegevens samen in één getal: in 2025 is er 15% meer werkgerelateerde ziektelast. In een webbericht vertaalde ze dat in 15% meer beroepsziekten. Zonder duiding of dat incidentie of prevalentie is. De Inspectie deed een dringende oproep om die 15% te voorkómen.

 

Wervend?  

De eerste reactie hierop: dit is weer eens onzorgvuldig gebruik van gegevens. Ten tweede: de methodiek en de feiten maken een absolute toename van arbeidsgerelateerde ziektelast waarschijnlijk; een toename ten opzichte van niet-arbeidsgerelateerde ziektelast is ook heel goed mogelijk. Ten derde: het is nagenoeg zeker dat het getal ‘4100 doden door werk’ in de toekomst hoger zal zijn. Hoe wervend is een politicus met zo’n cijfer?

De (mogelijk) door beroepsziekten getroffen werknemers in Nederland verdienen betere cijfers.

Voornaamste bron:

https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/arbeidsomstandigheden/cijfers-context/oorzaken-en-gevolgen#!node-werkgebonden-ziektelast

 

Helpt registratie voor preventie van beroepsziekten ?Proefschrift bepleit flexibele systemen

Een (nationale) registratie van beroepsziekten wordt gewoonlijk bepleit met een statistisch argument: je moet weten waar je het over hebt.

Dat argument is ook aan de orde bij de wettelijk verplichte registratie van ernstige arbeidsongevallen. Daar is het inhoudelijk redelijk goed geldig. Weet hebben van een ongewenste gebeurtenis helpt een volgende vergelijkbare gebeurtenis voorkomen. Bij beroepsziekten is echter zo’n samenhang zelden duidelijk (te krijgen). Er kan sprake zijn van blootstelling aan gevaar decennia geleden, er is vaak een stapeling van factoren, het kan gaan om werksoorten die al verdwenen zijn of totaal veranderd. Dat blijkt ook in landen met een deugdelijke registratie van beroepsziekten die worden gediagnosticeerd en gecompenseerd in het kader van een verzekering voor beroepsrisico.

Spreeuwers, nu medisch directeur van de Bedrijfsartsengroep, indertijd directeur van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, bepleitte in zijn proefschrift van 2008 gebruik van meerdere instrumenten. Eén enkel systeem van registratie volstaat niet om wezenlijke gezondheidsschade door werk in beeld te krijgen. Gebruik van verschillende bronnen biedt kansen voor focussen op het actuele belang. Hij ziet twee typen van gegevensoutput relevant voor preventief beleid.

  • monitoren dient tot inzicht in de aard, omvang en verspreiding van al bekende beroepsziekten in de loop der tijd, in relatie tot bedrijfstakken, beroepsgroepen, geslacht en leeftijdscategorieën. Dit met name voor prioritering van preventief beleid. Monitoren over de tijd is nodig voor evaluatie. Dat vraagt over de jaren consistente waarnemingen. Hij pleit tegen één systeem: ‘specifieke beroepsziekten vragen specifieke monitoring’. Zijn bevraging van experts wees “.. op het belang van het combineren van technieken voor data-analyse voor een nauwkeuriger resultaat, bijvoorbeeld een combinatie van trendanalyse, het gebruik van meerdere gegevensbronnen (triangulatie), koppeling van bestanden of toepassing van correctiefactoren” (blz. 28).
  • Signaleren start met het onderkennen van nieuwe samenhangen van ziekten en (nieuw) onderkende risicofactoren in werk. Onbekende of zeldzame ziekten, ongewone patronen, verdacht samengaan van blootstelling en ziekte op individueel niveau: het geeft aanwijzingen voor wetenschappelijke evaluatie en verificatie, en zo nodig signalen over nieuwe en opkomende risico’s. Belangrijke bronnen: (buitenlandse) literatuur, alertie bij professionals, en data mining, d.i. onderzoek op Big Data in de termen van nu.

De auteur wees in 2008 op de toen goede resultaten van het PIM, Peilstation Intensief Melden, en bepleitte daarom: “.. een transitie van traditionele registraties naar meer flexibele en dynamische systemen.”

Proefschrift Spreeuwers 2008, “Registries of occupational disesases and their use for preventive policy”. https://pure.uva.nl/ws/files/1568205/58957_thesis.pdf