Ouderen uitsluiten? Bij alle debatten over de exitstrategie uit de coronacrisis en de agenda nadien, lijkt een tegenstelling tussen gezondheid en economie. Een van de weinige publicaties met een brug daartussen verscheen in Economisch-Statistische Berichten van 24 april. Econoom Fransman berekent het ziekteverloop van COVID-19 per leeftijdscohort van de beroepsbevolking. Hij gebruikt het normenkader van de petrochemische industrie. Dat werkt met het Individual Risk per Annum, de kans op overlijden door werk in een jaar. De beschikbare cijfers wijzen uit dat het sterfterisico door corona van 55-minners tolerabel is in dat normenkader, uiteraard met (niet alleen maar persoonlijke) bescherming.

Fransman concludeert dat, aanvullend aan de 1,5-meter-samenleving, een 55min-economie mogelijk is. Gezonde mensen van onder de 55 gaan daarin weer aan en naar het werk. Hij werpt ook de gedachte op van een tijdelijke regeling arbeidsongeschiktheid voor 55-plussers.

Discussie vol dilemma’s

Een tijdelijke 55min-economie: is dat principieel anders dan de bescherming die de arbosector verzorgt voor COVID-19-kwetsbaren onder werknemers? Is dit een exit- en vervolgstrategie? Bepleit de arbosector aparte uren op het werk voor 55-plussers zodat ze de band met het werk behouden?

‘Het virus blijft’, zei de minister-president. De KoM-nieuwsbrief van 28 april benoemde de uitdaging voor arboprofessionals om duidelijk te krijgen voor welke kwetsbare werkenden welke bescherming raadzaam is. Dat is moeilijk aan werkgevers over te laten. Ziekenhuisbestuurder Dillmann bepleitte in NRC: “Stel leeftijdsgrenzen in bij versoepelen lockdown”. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving wil maatwerk in de 1,5-meter-samenleving. Er zal nog veel discussie volgen, maar een snel besluit is nodig. Meer hierover in de KoM-nieuwsbrief van 11 mei.

Artikel Fransman 55min-economie, externe link:

https://esb.nu/blog/20059705/rekenen-aan-corona-veiligheidsnormen-laten-potentie-55min-economie-zien