Mensen met een arbeidsbeperking vanwege gezondheid werken soms, vaak niet. Scholing heeft meerwaarde. Na het volgen van door UWV ingezette scholing komen meer van hen aan het werk, twee jaar nadien heeft de helft van de deelnemers nog betaald werk. UWV deed verschillende onderzoeken, en bundelt die nu in Kennisverslag 2021-3, “Scholing voor mensen met een arbeidsbeperking – Hoe zet UWV scholing in, hoe succesvol is dat en welke succesfactoren spelen daarbij een rol?” Het verhaal laat zich lezen als een moeizame ontdekkingsreis. Per saldo zijn er bemoedigende resultaten. UWV gaat hiermee de dienstverlening verder verbeteren.

Experts: scholing heeft meerwaarde

Een van de onderzoeken betrof interviews met UWV-ers, experts elders en werkgeversorganisaties. “Iedereen die we hebben bevraagd, is van mening dat extra scholing van meerwaarde kan zijn, zeker voor WGA’ers die vanwege hun beperking of veranderde arbeidsmarktomstandigheden niet terug kunnen keren in hun oude beroep. .. Ook biedt het in hun ogen perspectief op duurzamer werk dan waarvoor mensen in aanmerking komen zonder scholing.”

Ook kansen voor WGA 80-100

In de praktijk zijn er allerlei belemmeringen. Al met al zette UWV in de jaren 2012–2018 jaarlijks scholing in voor zo’n 2.500 mensen met een arbeidsongeschiktheids- of Ziektewet-uitkering. Dat is ongeveer 1% van de uitkeringsgerechtigden met een arbeidsbeperking én arbeidsvermogen.

Vaak beslaat de scholing maar enkele weken. Dat betreft dikwijls beroepsgerichte cursussen: voor een heftruckcertificaat, een taxipas of een veiligheidscertificaat in de bouw. Soms gaat het om scholing van zes maanden tot één jaar, zoals ICT-gerelateerde opleidingen, scholing voor beveiliger of o in de zorg. “Mensen met een volledige WGA-uitkering .. volgden relatief vaak dergelijke opleidingen.”

Bijna 60% vindt betaald werk

Bijna 60% van de mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor wie UWV scholing inzette in de jaren 2012–2018 vond daarna betaald werk. De figuur toont dat niet iedereen dat behoudt. “Over een periode van twee jaar neemt het percentage mensen dat werkt geleidelijk toe van 20% vóór de start van de scholing, tot .. en 44% na twee jaar.”

 

Factoren met impact

De onderzoekers zien vijf factoren als belangrijk voor succesvolle inzet van scholing.

  1. De scholing moet ingebed zijn, “.. in de persoonlijke leefsituatie van een werkzoekende en zijn re-integratieproces als geheel”.
  2. De begeleiding moet intensief zijn, persoonlijk en face-to-face.
  3. Regie: betrokkene moet zo veel mogelijk zelf doelen stellen, geleidelijk meer regie krijgen over leer- en zoekproces.
  4. Arbeidsmarktgerichte scholing is gediend met een leer-werkcombinatie,
  5. Deelnemers moeten het geleerde direct in de eigen (werk)situatie kunnen toepassen.

Geen netto-effectmeting

De onderzoekers tekenen aan dat onduidelijk is in hoeverre de deelnemers werk zouden hebben gevonden zonder de scholing. “Om dat te kunnen bepalen is een (quasi) experimentele onderzoeksopzet nodig. In de wetenschappelijke literatuur zijn meerdere van dergelijk onderzoeken uitgevoerd, maar zover wij weten niet specifiek voor mensen met een arbeidsbeperking.”

Per saldo

In weerwil van overtuigingen en goede intenties, wordt scholing bij UWV beperkt ingezet. Maar de resultaten verdienen waardering! Mensen met een bijna volledige WGA-uitkering komen toch weer aan het werk, en ook zinvol werk. Een investering in een korte opleiding voor de heftruck of langer voor een ICT-functie: ze leiden voor ruim 40% tot nagenoeg vast werk. Dat mag kosteneffectief heten. Ook al benoemen de auteurs dat alleen zijdelings in een voetnoot.