UWV moet per 2022 een omslag maken naar een nieuwe werkwijze wat betreft ziekte en arbeidsongeschiktheid: het werken in sociaal-medische centra. Voor verzekeringsartsen ligt nu de focus op het uitvoeren van sociaal-medische beoordelingen. Zij moeten regisseur worden van het hele proces dat een uitkeringsgerechtigde in de Ziektewet of de WIA bij UWV doorloopt. Demissionair minister Koolmees informeert de Tweede Kamer over de uitkomst van langdurig intensief overleg met UWV en beroepsorganisaties.

Multidisciplinair

De verzekeringsartsen krijgen een multidisciplinair team van professionals, zoals met arbeidsdeskundigen, sociaal-medisch verpleegkundigen en procesbegeleiders. Arts en team worden verantwoordelijk voor een regionaal afgebakende groep uitkeringsgerechtigden. De verzekeringsarts geeft aan wanneer, hoe en door wie deze cliënten beoordeeld worden, en welke aanvullende begeleiding ze krijgen. Dit wordt in 2021 in twee UWV-districten nader ontwikkeld. In het derde kwartaal van 2021 al start UWV in het hele land al monitoring van cliënten in de categorie WGA 80-100 medisch. Die hebben dan gemiddeld één keer per jaar contact met een UWV-medewerker. Bij aanleiding daarvoor plant UWV een herbeoordeling. De mogelijkheid voor mensen zelf, voor (ex-)werkgevers en verzekeraars een herbeoordeling aan te vragen blijft, maar moet schriftelijk onderbouwd worden. De NVVG, de beroepsorganisatie van verzekeringsartsen, neemt het voortouw voor een ‘Handreiking Taakdelegatie verzekeringsartsen in het publieke domein’.

WVO-advocaten wijdt een artikel aan deze brief van Koolmees, onder de titel: Verzekeringsarts wordt manager! Een prikkelend citaat hieruit: er “.. is gebleken dat niet elke bedrijfsarts ook beschikt over de competenties om [in taakdelegatie] als manager te functioneren, en mijn verwachting is dat dat ook voor een deel van de verzekeringsartsen zal gelden.”

‘Ingrijpende keuzes noodzakelijk’

Ook bij beoordelingen voor de ziektewet is er een gebrek aan verzekeringsgeneeskundige capaciteit. Koolmees meldt dat verkenningen lopen naar verbetering, zoals inzet van de multidisciplinaire teams. Maar ook schrijft hij nadrukkelijk: er is méér nodig, met forse implicaties. Die raken uitkeringsgerechtigden en werkgevers. Er is gedachtenvorming over meer ICT, inzet van Artificiële Intelligentie (‘binnen de publieke waarden en wet en regelgeving’) en een grotere rol van de UWV-cliënt. De bewindspersoon voegt een rapport bij met diverse opties. “Ingrijpende keuzes zijn echter noodzakelijk.” Zo is er een gedachte aan wetswijziging: WGA-gerechtigden zouden automatisch de IVA instromen na 5 jaar WGA-uitkering én op dat moment categorie WGA 80-100. Koolmees wil met onder andere de sociale partners in gesprek. “Verdere besluitvorming hierover is aan een volgend kabinet.”

Per saldo

  • Koolmees’ woorden laten zich niet steeds even helder lezen. Het lijkt soms anders, maar de veranderingen strekken zich niet uit tot de ‘WIA-entreekeuringen’. Vooralsnog, zullen we maar zeggen.
  • Het Nederlands stelsel is succesvol gebleken wat betreft het terugdringen van instroom in de regeling arbeidsongeschiktheid. Belangrijk was de relativering van de medische invalshoek in het traject van vermijden van dreigende arbeidsongeschiktheid. Het smaakt bitter, maar mag een succes heten dat bij herbeoordeling van WIA-gerechtigden ook zo’n weg ingeslagen lijkt te worden. We mogen hopen dat mensen meer kansen op werk krijgen.
  • De insteek van bedrijfsartsen en andere arboprofessionals is te voorkómen dat werkenden blijvend uitvallen. Het belang daarvan wordt hier opnieuw onderstreept.
  • Opmerkelijk: Koolmees wijdt gewoonlijk nog wel een woordje aan het belang van preventie. Dat ontbreekt in deze brief. De bewindspersoon hoeft zich geen zorgen te maken: de arbosector vergeet het niet!

De brief van minister Koolmees

Lees meer van WVO-advocaten