Minister van Gennip zocht en zoekt naarstig naar opties voor besparing op capaciteit van verzekeringsartsen. Dit om de achterstanden bij de WIA-claimbeoordelingen terug te dringen. Een voornemen is een aanpassing van het Schattingsbesluit, de regels en criteria voor de WIA-beoordeling. Oogmerk is een tijdelijke praktische beoordeling, uitgaande van de arbeid die iemand op het moment van beoordelen feitelijk doet (of deed sinds de ziekmelding). Dan wordt de nu verplichte theoretische schatting (in beginsel, vrijwel altijd) achterwege gelaten.

Kritiek

Een internetconsultatie eind 2023 leidde tot velerlei commentaren. Werkgeversorganisaties hadden zorgen over goede uitvoering en bepleitten daarom monitoring en evaluatie, alsmede zoeken naar alternatieven op langere termijn. Vakbond CNV vreesde calculerend gedrag met name bij de werkgever, en wilde contact met het ministerie over de uitwerking. Uitvoerders zagen voor zowel werknemers als werkgevers meer ruimte om de uitkomst van WIA-beoordelingen te beïnvloeden, en kostenverhoging voor werkgevers. De NVAB reageerde overwegend negatief: een deel van het beoordelende werk van de verzekeringsarts verschuift naar de bedrijfsarts; de beroepsvereniging vindt het verder zeer aannemelijk dat het aantal bezwaar- en beroepsprocedures zal toenemen.

Rechtsongelijkheid

Toch heeft de minister het “ontwerpbesluit tot wijziging van het Schattingsbesluit” op 2 februari naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd. Dat gaf op LinkedIn reacties, zoals van Erwin Gorissen. Jim Faas schrijft een bijdrage met als titel: “Schatten op verdiensten: hoe je vakkundig de wet WIA de nek omdraait…”. De WIA is volgens hem ook in de uitvoering verworden tot een totale chaos: “hoogste tijd om te stoppen met halfbakken tijdelijke maatregelen, die de complexiteit en rechtsongelijkheid in de uitvoering alleen maar vergroten”.

Voorhangprocedure

Bij het wetsvoorstel “2e jaar = 2e spoor” wezen we op de waarschijnlijkheid dat dat in het Staatsblad verschijnt, ondanks vele kritiek. Het is immers een wens van werkgeversorganisaties en (door een ‘deal’) van werknemersorganisaties.

Ook de aanpassing van het Schattingsbesluit kan vrij gladjes in het Staatsblad komen. De wetgeving arbeidsongeschiktheid maakt, zoals veel wetten, de regering (= koning plus kabinet) bevoegd tot nadere maatregelen op bepaalde onderdelen, gehoord de Raad van State, zonder dat het parlement erover stemt. Bij dit onderwerp verplicht de wetgeving arbeidsongeschiktheid wel tot een zogeheten voorhangprocedure. In dit geval is de regering verplicht het ontwerpbesluit aan de Kamers te overleggen en pas vier weken nadien aan de Raad van State voor advies voor te leggen, d.i. de start van de formele besluitvorming zonder stemming in de Kamers.

Demissionaire doorzetster

De regering heeft geen plicht opvattingen van de Kamers of de Raad van State te verwerken. Een minister die de visie van het parlement negeert, loopt uiteraard politieke risico’s, op z’n minst weerstand bij volgende onderwerpen die wél naar de Kamers moeten. Het zal demissionair CDA-minister Van Gennip niet uitmaken.

KoMmentaar

Het valt te hopen dat in ieder geval de Tweede Kamer er aandacht aan schenkt. Zo’n ingrijpende maatregel mag niet passeren zonder opvatting van de volksvertegenwoordiging.

 

De reacties op de Internetconsultatie

Erwin Gorissen op LinkedIn

Jim Faas op LinkedIn

De brief van minister van Gennip aan de Tweede Kamer met het ontwerpbesluit